BiSL® Next in uitvoering

In het boek BiSL® Next in uitvoering zijn de activiteiten en accenten anders gerangschikt dan de boeken die het BiSL® framework met de drielagenstructuur beschrijven. Ook hier komt strategisch management aan de orde, maar het accent ligt op de operationele activiteiten en de daarbij opgeleverde producten.
De doelgroep is vrij breed: een ieder die mede verantwoordelijk is voor een relevante en betrouwbare informatievoorziening.
Tot de doelstellingen behoren:

  • Belanghebbenden informeren over het belang en de noodzaak van businessinformatiemanagement
  • Een uitwerking geven van de domains, perspectives en drivers
  • Een overzicht geven van de voornaamste onderwerpen en activiteiten die van toepassing zijn binnen elk domain en de producten die elke perspective binnen elk domain oplevert

Met een domain wordt een gebied met aan elkaar verwante activiteiten bedoeld. Er zijn vier domains: governance, strategy, improvement en operation. Er zijn vier perspectives die binnen elk domain beschouwd worden: de business, de data, de services en de technologie. Drivers zijn factoren die een belangrijke invloed hebben op businessinformatiemanagement en elk van de domains. Ze vormen de managementprocessen voor de businessinformatiemanager. Elk domain heeft te maken met de drivers need, value, mission en capability.

De hoofdstukken

In hoofdstuk 1 en 2 worden basisbegrippen behandeld en wat businessinformatiemanagement in grote lijnen inhoudt. Het laat zien dat er complexe verbanden kunnen zijn tussen eenheden van businessinformatiemanagement en applicatiemanagement organisaties, infrastructuurmanagement organisaties, cloud providers, service integrators en met andere business managementorganisaties. En er wordt aandacht geschonken aan de noodzaak om business en IT op elkaar af te stemmen onder de noemer business-IT alignment.

Hoofdstuk 3 geeft een kort overzicht van de basiselementen van het BiSL® Next model en hun samenhang. De basiselementen zijn gegroepeerd rondom de drivers, perspectives en domains met in de kern de drivers:

  • Need: behoeften van de business
  • Value: de waarde die de informatiesystemen en -services moeten leveren aan de business
  • Mission: de missie van de organisatie
  • Capabilities: de middelen, vaardigheden en competenties die daarbij nodig zijn

Onderstaande figuur geeft de samenhang weer tussen de drivers, perspectives en domains.

In hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de inhoud van de drivers en perspectives. Inhoudelijk worden meest belangrijke activiteiten toegelicht die aan de drivers verbonden zijn. Voorbeelden zijn het bepalen van de behoefte aan informatieservices en het vatstellen en beheren van de daarbij benodigde capabilities.

Hoofdstuk 5 beschrijft het governance domain waarin het beleid wordt vastgesteld. Governance houdt zich onder meer bezig met de vraag welke richting de organisatie opgaat, wat de prioriteiten zijn en hoe de activiteiten worden georganiseerd en uitgevoerd. Elk hoofdstuk wat hierna komt waarin een domain beschreven wordt, beschrijft het domain vanuit de vier perspectives, dus in dit hoofdstuk: business governance, data governance, service governance en technologie governance. Bij technologie governance moet bijvoorbeeld nagedacht worden over kansen die nieuwe technologieën voor de organisatie kunnen bieden en de mogelijke risico’s die men loopt bij het adopteren ervan.

Hoofdstuk 6 gaat over het strategy domain en betreft het langetermijnbeleid van de organisatie dat nader uitgewerkt moet worden tot een informatiestrategie. Het gaat er hierbij om dat de businessactiviteiten ondersteund worden door een passende informatievoorziening. Belangrijke aandachtsgebieden zijn architecturen op het gebied van de business, de informatie en de informatiesystemen, de data, de applicaties, de technologie en de services. In dit hoofdstuk komen de volgende perspectieven aan bod: business strategy, data strategy, service strategy en technologie strategy. Bij business strategy gaat het bijvoorbeeld over de businessarchitectuur en de visie op de organisatie van het businessinformatiemanagement.

Hoofdstuk 7 betreft het improvement domain waarbij het hoofddoel het verbeteren van de business services is door betere informatieservices en informatiesystemen. Uitgangspunt zijn de eerder vastgestelde informatieplannen uit het strategy domain. Dit levert onder meer een portfolio van veranderingen op. Ook verbeteringen die vanuit het operation domain gemeld zijn worden hierin meegenomen. In dit hoofdstuk komen de volgende perspectieven aan bod: business improvement, data improvement, service improvement en technologie improvement. Bij data improvement gaat het bijvoorbeeld over het verbeteren van de kwaliteit van de gegevens en de informatie die door de informatiesystemen wordt opgeleverd.

In hoofdstuk 8 wordt het operation domain beschreven. De aandacht is hier gevestigd op het gebruik van informatiesystemen. De activiteiten binnen het operation domain zorgen voor ondersteuning van gebruikers tijdens de uitvoering van hun bedrijfsactiviteiten. De basis voor operation is gelegd in de domains governance, strategy en improvement. De beslissingen en acties die daar genomen zijn hebben grote invloed op de activiteiten en resultaten in het operation domain. In dit hoofdstuk komen de volgende perspectieven aan bod: business opertion, data operation, service operation en technologie operation. Bij service operation gaat het bijvoorbeeld over de afspraken die gemaakt worden tussen businessinformatiemanagement en de gebruikersorganisatie. Afspraken die daarbij gemaakt worden zijn onder meer hoe snel vragen en issues opgepakt moeten worden, wat het mag kosten, de tijdsduur van leveringen en wat een acceptabel aantal verstoringen is.

Hoofdstuk 9 gaat over de opkomst van nieuwe ontwikkelaanpakken zoals Scrum en DevOps en technologische ontwikkelingen als cloud computing en de gevolgen daarvan voor het werk van businessinformatiemanagement. Onder meer welke rol businessinformatiemanagement daarin kan vervullen.

De hoofdstukken 10 en 11 behandelen beschrijvingen van functies en rollen binnen businessinformatiemanagement zoals informatiemanager, chief information officer, gegevensarchitect, productmanager, functioneel beheerder, etc. Tenslotte wordt ingegaan op hoe businessinformatiemanagement ingevuld en vormgegeven kan worden binnen een organisatie.

Plaats een reactie