BiSL® – een framework voor informatiemanagement

Het boek BiSL® – een framework voor informatiemanagement beschrijft alle processen, activiteiten, resultaten en relaties tussen de processen, procesclusters en lagen van het BiSL® procesmodel. Het beschrijft het ‘wat’, dus wat je kan doen om invulling te geven aan informatiemanagement. Businessinformatiemanagement (afgekort met BIM) is het werkterrein van Chief Information Officers (CIO’s), informatiemanagers, systeemeigenaren en functioneel beheerders. Zij vertegenwoordigen de business, dragen bij aan, en zijn verantwoordelijk voor een goede en betrouwbare informatievoorziening (IV). Onderstaand een overzicht van het BiSL® framework met de drielagenstructuur, de procesclusters en de processen.

De hoofdstukken

De hoofdstukken 1 t/m 3 gaan in op het groeiende belang van informatievoorziening, technologische ontwikkelingen, toenemende interacties met andere organisaties, en de toenemende mogelijkheden met (big) data. Het beschrijft het onderscheid tussen de vraag- en aanbodkant en hun belangen. De vraagkant bestaat uit informatiegebruikers, de aanbodkant uit IT-serviceorganisaties. De kern van de toegevoegde waarde van businessinformatiemanagement betreft het afstemmen van de informatievoorziening op de bedrijfsprocessen. Uitgelegd wordt waarom er een portefeuillehouder of afdeling voor de informatievoorziening nodig is, net als die er is voor andere verantwoordelijkheden zoals de HR-functie of een afdeling die financiën in haar portefeuille heeft. Ingegaan wordt op de drie beschouwingsniveaus van informatievoorziening: corporate niveau, bedrijfsprocesniveau en op het niveau van een specifiek informatiesysteem en dat dit niet direct overeen hoeft te komen met de drielagenstructuur van het framework: de richtinggevende laag, de sturende laag en de uitvoerende laag. Het bedrijfsbeleid en informatiebeleid zijn leidend voor businessinformatiemanagement. Businessinformatiemanagement is verantwoordelijk voor de vertaalslag van beleid naar de juiste informatievoorziening. Vervolgens worden de 7 procesclusters toegelicht.
Hieronder een overzicht van de doelen per procescluster:

  • Gebruiksbeheer: doel is een optimale en continue ondersteuning bij gebruik van de informatievoorziening
  • Functionaliteitenbeheer: doel is alle noodzakelijke veranderingen te laten passen binnen kaders en eisen m.b.t. de gestelde informatiebehoefte
  • Verbindende processen uitvoerend: beslissen over de door te voeren wijzigingen en de feitelijke doorvoering ervan
  • Sturende processen: aansturen van de activiteiten van de uitvoerende laag, bewaken van de activiteiten in termen van kosten en baten, behoeften, formele afspraken en service levels
  • Opstellen informatiestrategie: doel is dat de informatievoorziening blijft aansluiten op de veranderende eisen en wensen van de organisatie en dat huidige structurele tekortkomingen worden opgelost
  • Opstellen IV-organisatiestrategie: doel is structurering en aansturing van betrokken partijen bij de IV, niet alleen BIM zelf, maar ook de gebruikersorganisatie, leveranciers en ketenpartners
  • Verbindend processen richtinggevend: de koppeling tussen de vorige twee clusters; dit proces houdt zich bezig met de afstemming over beslissingen tussen deze twee clusters en heet informatiecoördinatie

Uitgelegd wordt dat de processen en clusters niet op zichzelf werken, maar in samenhang met elkaar en hoe daarbij de communicatie verloopt. Samenwerking en communicatie zijn bepalend voor de effectiviteit van BIM en daarmee ook voor de kwaliteit van de informatievoorziening. Een belangrijk bijdrage die het BiSL® framework aan de processen biedt is een goede en effectieve aansluiting.

De hoofdstukken 4 t/m 10 beschrijven per cluster de processen, het doel van elk proces, de belangrijkste onderwerpen, activiteiten, resultaten en relaties met andere processen. De processen op uitvoerend niveau zijn gericht op het dagelijks gebruik van de informatievoorziening, het vormgeven en het realiseren van de gewenste en noodzakelijke veranderingen. Dit is het werkterrein van vooral de functioneel beheerder.

De sturende processen houden zich bezig met de inzet en planning van activiteiten, kwaliteit, kosten en opbrengsten van de IV. Daarnaast worden er op sturend niveau afspraken gemaakt met interne en externe IT-dienstverleners over de invulling en uitvoering van hun taken. De uitvoering van de sturende processen ligt vooral in handen van rollen als opdrachtgever, systeemeigenaar, budgethouder, teamleider en producteigenaar.

De richtinggevende processen bepalen hoe de IV er op lange termijn uit moet gaan zien en hoe de sturing op de IV georganiseerd moet worden. Hier komen functienamen voor als chief information officer, informatiemanager en informatiearchitect.

Elk hoofdstuk begint met een aantal ‘boodschappen’. Onder het procescluster Gebruiksbeheer valt bijvoorbeeld de boodschap ‘de gebruikers van de informatievoorziening moeten worden ondersteund bij het gebruik, hiervoor zijn beheerprocessen noodzakelijk’. Bij de overige clusters worden onder meer de volgende boodschappen genoemd:

  • Functionaliteitenbeheer: organisaties opereren in een continue veranderende omgeving en zijn zelf ook aan verandering onderhevig
  • De verbindende processen uitvoerend: deze processen zijn essentieel voor het op een goede wijze doorvoeren van wijzigingen in de informatievoorziening
  • De sturende processen: onderwerpen van sturing zijn geld, tijd, kwaliteit, inhoud en afspraken
  • Opstellen informatiestrategie: besturing vindt plaats op het niveau van een corporate informatievoorziening en op de onderliggende informatievoorziening binnen informatiedomeinen
  • Opstellen informatievoorziening-organisatiestrategie: de besluitvorming over de informatievoorziening moet passend gemaakt worden op de besluitvorming en machtsverhoudingen binnen de gebruikersorganisatie
  • Verbindende processen richtinggevend: om tot afstemming tussen alle plannen te komen wordt informatiecoördinatie uitgevoerd

Hoofdstuk 11 gaat over gebruik en invoering van BiSL®. Ook dit hoofdstuk begint met een aantal boodschappen waaronder deze: ‘BiSL® is een hulpmiddel en geen uitgangspunt’ en ‘er is geen eenduidige werkwijze over de implementatie, per situatie kan de invoering en uitvoering verschillen’. Daarna volgen een aantal aandachtspunten over de invoering en inrichting.

Hoofdstuk 12 als laatste hoofdstuk beschrijft hoe BiSL® zich verhoudt tot andere standaarden en frameworks als ITIL®, ASL®, ISO 20000, ISO 27000, Agile/Scrum, COBIT en LEAN. Beschreven wordt dat de relaties hiermee twee kanten op kunnen gaan: BiSL® kan het andere framework ondersteunen, anderzijds kunnen andere standaarden invulling geven aan een in BiSL® benoemde activiteit. BiSL® schrijft geen specifieke aanpak voor bij het inrichten en uitvoeren van processen en activiteiten. Het beschrijft alleen het ‘wat’ en niet het ‘hoe’.

Plaats een reactie